فهرست هم‌موضعی (KWIC) KWIC

این چیست؟

Keyword-in-Context shows every occurrence of a word across the texts you choose, one line each, with the word aligned in the middle and its surrounding words on either side. Reading down the centre column lets you see at a glance how the word is used — its recurring neighbours, fixed phrases, and different senses across traditions. It's a tool for studying a word; to find a passage to read, use Search instead.

500 بار تکرار tor در 78 متن در /nl/Christendom · نمایش 500 مورد اول
nl/Christendom/1 Corinthiërs 1.txt 2
uwe kennis verloren gaan, om wiens wil nochtans Christus ges tor ven is. 8:12 Maar indien gij alzo tegen de broeders zondigt,
overgeleverd, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus ges tor ven is voor onze zonden, naar de Schrift, 15:4 en dat hij be
nl/Christendom/Jozua 1.txt 5
en dienaar van Mozes, zeggende: 1:2 Mijn knecht Mozes is ges tor ven, zo maak u nu op en trek over dezen Jordaan, gij en dit
het mannelijk geslacht, besneed: alle krijgslieden waren ges tor ven in de woestijn op den weg, toen zij uit Egypte trokken;
n groot krijgsgeschreeuw maken; dan zullen de stadsmuren ins tor ten, en het volk zal er invallen, een ieder recht voor zich
t, en het leger van Isra‘l tot een ban stelt en in ongeluk s tor t. 6:19 Maar al het zilver en goud, met de koperen en ijzere
n brachten het tot Jozua en tot al de kinderen Isra‘ls, en s tor tten het uit voor den Heer. 7:24 Toen nam Jozua, en geheel I
nl/Christendom/Zacharia 1.txt 3
haal daarbovenop, aan welken zeven lampen zijn en zeven uits tor tbuizen, welke gaan naar het boveneinde van de lamp; 4:3 en
Davids huis en over de ingezetenen van Jeruzalem zal Ik uits tor ten den Geest der genade en des gebeds, en zij zullen Mij aa
aats der eerste poort, tot aan de hoekpoort toe, en van den tor en Hananeël af tot aan des konings wijnpersen toe; 14:11 en
nl/Christendom/Handelingen 1.txt 13
ker verworven voor het onrechtvaardige loon, en voorover ges tor t, is hij door midden gebarsten, en al zijne ingewanden zijn
in de laatste dagen, zegt God, Ik zal van mijnen Geest uits tor ten op alle vlees; en uwe zonen en dochters zullen profetere
ijne dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijnen Geest uits tor ten, en zij zullen profeteren. 2:19 En Ik zal wonderen geven
mij vrij tot u spreken van den aartsvader David. Hij is ges tor ven en begraven en zijn graf is bij ons tot op dezen dag. 2:
belofte des Heiligen Geestes van den Vader, heeft hij uitges tor t hetgeen gij nu ziet en hoort. 2:34 Want David is niet ten
ben hem horen zeggen: Jezus van Nazaret zal deze plaats vers tor en, en de zeden veranderen, welke Mozes ons gegeven heeft. 6
aldeën, en woonde in Haran. En van daar, toen zijn vader ges tor ven was, bracht Hij hem over in dit land waarin gij nu woont
, dat ook op de heidenen de gave des Heiligen Geestes uitges tor t werd; 10:46 want zij hoorden, dat zij met tongen spraken e
Efeziërs! 19:29 En de gehele stad werd vol gewoel; en zij s tor mden gezamenlijk naar den schouwburg, met zich slepende Gaju
gen tegen hem omtrent hunnen godsdienst, en omtrent enen ges tor ven Jezus, van wien Paulus zeide, dat hij leeft. 25:20 En da
heen. 27:14 Maar niet lang daarna verhief zich vandaar een s tor mwind, dien men Noord-Oost noemt. 27:15 En toen het schip vo
eil en dreven zo heen. 27:18 En daar wij geweldig door den s tor m geslingerd werden, deden zij des anderen daags een uitworp
agen noch zon noch sterren verschenen, en een niet geringe s tor m aanhield, zo was ons alle hoop op behoud ontnomen. 27:21 E
nl/Christendom/Hosea 1.txt 1
en achteruitzetten: daarom zal Ik mijnen toorn over hen uits tor ten als water. 5:11 Efraïm lijdt geweld en wordt geplaagd; d
nl/Christendom/2Corinthiërs 1.txt 4
maal wij het daarvoor houden, dat, indien één voor allen ges tor ven is, zij dan allen gestorven zijn; en hij is daarom voor
, dat, indien één voor allen gestorven is, zij dan allen ges tor ven zijn; en hij is daarom voor allen gestorven, opdat degen
ij dan allen gestorven zijn; en hij is daarom voor allen ges tor ven, opdat degenen, die leven, niet meer voor zichzelve leve
er voor zichzelve leven, maar voor dengene, die voor hen ges tor ven en opgestaan is. 5:16 Daarom, van nu aan kennen wij niem
nl/Christendom/Nehemia 1.txt 9
gden ze en stelden hare deuren; en zij heiligden ze van den tor en Mea af tot aan den toren Hananeël. 3:2 En nevens hem bouw
euren; en zij heiligden ze van den toren Mea af tot aan den tor en Hananeël. 3:2 En nevens hem bouwden de mannen van Jericho
oon van Pahath-Moab, bouwden een ander stuk en den Bakovens- tor en. 3:12 Nevens hen bouwde Sallum, de zoon van Hallohes, ove
25 Palal, de zoon van Uzai, tegenover den hoek en den hogen tor en die van het huis des konings uitsteekt, bij den hof der g
el woonden, tot aan de Waterpoort tegen het Oosten, waar de tor en uitsteekt. 3:27 Daarna bouwden die van Tekîa een ander st
bouwden die van Tekîa een ander stuk, tegenover den groten tor en die daar uitsteekt, en tot aan den muur van Ofel. 3:28 Va
en de helft des volks, den muur opwaarts, naar den Bakovens- tor en toe, tot aan den breden muur; 12:39 en naar de poort Efra
, en naar de Oude poort, en naar de Vischpoort, en naar den tor en Hananeël, en naar den toren Mea, tot aan de Schaapspoort;
naar de Vischpoort, en naar den toren Hananeël, en naar den tor en Mea, tot aan de Schaapspoort; en zij bleven staan in de G
nl/Christendom/Richteren 1.txt 15
aar toen nu Jozua, de zoon van Nun, de knecht des Heren, ges tor ven was, honderd en tien jaar oud zijnde, 2:9 en zij hem beg
drongen, had de Heer mededogen. 2:19 Als dan de richter ges tor ven was, zo vielen zij weder af, en verdierven het meer nog
den al verder hetgeen kwaad was voor den Heer, toen Ehud ges tor ven was. 4:2 En de Heer verkocht hen in de hand van Jabin, d
e lieden van Pnuël: Kom ik met vrede weder, zo zal ik dezen tor en afbreken. 8:10 Zebah en Zalmunna nu waren te Karkor, en h
liet de lieden van Sukkoth die voelen. 8:17 En hij brak den tor en van Pnuël af, en doodde de lieden der stad. 8:18 En hij s
vader Joas, te Ofra der Abiëzrieten. 8:33 Toen nu Gideon ges tor ven was, keerden de kinderen Isra‘ls zich om en hoereerden d
, en bezaaide haar met zout. 9:46 Toen al de mannen van den tor en van Sichem dit hoorden, gingen zij in de vesting van het
9:47 En toen Abimélech dat hoorde, dat al de mannen van den tor en van Sichem zich vergaderd hadden, 9:48 ging hij op den be
ting, en staken ze aan met vuur; zodat al de mannen van den tor en van Sichem stierven, omtrent duizend mannen en vrouwen. 9
belegerde haar en nam haar in. 9:51 Maar er was een sterke tor en midden in de stad, op welken al de mannen en vrouwen en a
sloten dien achter zich toe; en zij klommen op het dak des tor ens. 9:52 Toen kwam Abimélech tot aan den toren en bestormde
op het dak des torens. 9:52 Toen kwam Abimélech tot aan den tor en en bestormde dien; en hij naderde tot aan de deur van den
es torens. 9:52 Toen kwam Abimélech tot aan den toren en bes tor mde dien; en hij naderde tot aan de deur van den toren om he
n en bestormde dien; en hij naderde tot aan de deur van den tor en om hem met vuur te verbranden. 9:53 Maar ene vrouw wierp
te doden; en zij hebben mijn bijwijf geschonden, dat zij ges tor ven is. 20:6 Toen nam ik mijn bijwijf en hieuw haar in stukk
nl/Christendom/Jeremia 1.txt 12
u mijne ziel zich niet wreken aan een volk als dit? 5:10 Bes tor mt hare muren en werpt ze omver; maar verderft ze niet gehee
l van het dreigen des Heren, dat ik het niet inhouden kan. S tor t het uit, zowel over de kinderen op de straten, als waar zi
e Heere Heere: Zie, mijn toorn en mijn grimmigheid is uitges tor t over deze plaats, over mensen en vee, over de bomen op het
8:7 Zelfs de ooievaar onder den hemel weet zijnen tijd; de tor tel en kraanvogel en zwaluw kennen hunnen tijd, wanneer zij
n uwe gramschap, opdat Gij mij niet vernietigt. 10:25 Maar s tor t uwen toorn uit op de heidenen, die U niet kennen, en op de
en en dochters; en Ik zal hunne eigen boosheid over hen uits tor ten. 14:17 En gij zult dit woord tot hen zeggen: Mijne ogen
met betrekking tot den rouw, om hen te troosten over een ges tor vene, noch hun te drinken geven uit den troostbeker over iem
de Heer, dat de stad des Heren zal gebouwd worden, van den tor en Hananeël af tot aan de Hoekpoort toe, 31:39 en het meetsn
jne verbolgenheid over de inwoners van Jeruzalem werd uitges tor t, zo zal die zich ook over u uitstorten, indien gij naar Eg
n Jeruzalem werd uitgestort, zo zal die zich ook over u uits tor ten, indien gij naar Egypte trekt; zodat gij zijn zult tot e
4:6 Daarom werd ook mijn toorn en mijne verbolgenheid uitges tor t, en ontstak over de steden van Juda en over de straten van
Heer zal de Filistijnen, het overblijfsel van het eiland Kaf tor , vernielen. 47:5 Gaza zal kaal worden, en Askelon, benevens
nl/Christendom/Nahum 1.txt 1
ldig is. Hij is de Heer, wiens wegen in het onweder en den s tor m zijn, en de wolken zijn het stof zijner voeten; 1:4 die de
nl/Christendom/JoÎl 1.txt 2
te schande worden. 2:28 En na dezen zal Ik mijnen Geest uits tor ten over alle vlees en uwe zonen en dochters zullen profeter
tijd op de dienstknechten en dienstmaagden mijnen Geest uits tor ten, 2:30 en zal wondertekenen geven in den hemel en op de a
nl/Christendom/_Legacy/Deuteronomium 1.txt 8
aar in hunne plaats woonden tot op dezen dag. 2:23 En de Kaf tor ieten trokken uit Kaftor en verdelgden de Avvieten, die te H
den tot op dezen dag. 2:23 En de Kaftorieten trokken uit Kaf tor en verdelgden de Avvieten, die te Hazerim woonden, tot Gaza
vuur op den berg Horeb; 4:16 dat gij u niet in het verderf s tor t, noch u enig beeld maakt, dat gelijk zij aan een man of vr
inderen verwekt, en in het land woont, en u in het verderf s tor t, en beelden van enige gelijkenis maakt, zodat gij kwaad do
rmhartig God; Hij zal u niet verlaten, noch in het verderf s tor ten, en zal ook niet vergeten het verbond, hetwelk Hij uwen
en en de een sterft zonder kinderen, zo zal de vrouw des ges tor venen geen vreemden man van buiten nemen; maar haar behuwdbr
dien zij baart, zal hij laten staan op den naam van zijn ges tor ven broeder, opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israë
gij uitgaat. 28:20 De Heer zal onder u zenden ongeval, vers tor ing en verderf, in alles wat gij bij de hand neemt om te doe
nl/Christendom/_Legacy/Psalmen 1.txt 28
j ons, hunne ogen richten zij daarheen om ons ter aarde te s tor ten, 17:12 gelijk een leeuw, die den roof begeert, als een j
an den naam van den Heer, onzen God. 20:9) Zij zijn nederges tor t, en gevallen, maar wij staan opgericht. 20:10) Help, Heer,
j zegt: Waar is nu uw God? 42:5 Als ik daaraan gedenk, dan s tor t ik mijn hart uit bij mijzelven; want ik wilde gaarne heeng
elen wil. 48:13 Gaat rondom Sion van alle zijden, telt hare tor ens. 48:14 Vestigt uwe aandacht op hare muren, en beschouwt
alse tong. 52:7 Daarom zal God u ook geheel en al terneder s tor ten en verslaan, u uit de hut rukken, en uit het land der le
ven. Sela. 55:9 Ik zou mij haasten om te ontlopen voor den s tor mwind en het onweder. 55:10 Maak hunne tongen verdeeld, o He
uwig in onrust laten. 55:24 Maar, o God, Gij zult hen neders tor ten in den diepen kuil, de bloedgierigen en valsen zullen hu
grijpen. 56:8 Zouden zij met hunne boosheid ontkomen? God s tor t die lieden zonder genade terneder! 56:9 Tel de wegen mijne
e; maar verstrooi hen door uwe macht, Heer, ons schild, en s tor t hen neder. 59:13 Het woord hunner lippen is enkel zonde; d
e; maar verstrooi hen door uwe macht, Heer, ons schild, en s tor t hen neder. 59:13 Het woord hunner lippen is enkel zonde; d
e; maar verstrooi hen door uwe macht, Heer, ons schild, en s tor t hen neder. 59:13 Het woord hunner lippen is enkel zonde; d
e steenrots. 61:4 Want Gij zijt mijn toeverlaat, een sterke tor en tegen mijne vijanden. 61:5 Laat mij wonen in uwe hut eeuw
e steenrots. 61:4 Want Gij zijt mijn toeverlaat, een sterke tor en tegen mijne vijanden. 61:5 Laat mij wonen in uwe hut eeuw
het zilver loutert; 68:11 Gij hebt ons laten werpen in den tor en, Gij hebt een last gelegd op onze lendenen; 68:12 Gij heb
j niet zien, en laat hunne lendenen altoos waggelen. 69:25 S tor t uwe ongenade over hen uit, en de gloed uws toorns grijpe h
n einde. 73:18 Want Gij plaatst hen op gladde steilten, en s tor t hen tegronde. 73:19 Hoe worden zij zo plotseling vernietig
naam lastert. 74:19 Wil toch aan het gedierte de ziel uwer tor telduif niet geven, en de schaar uwer ellendigen niet zo geh
88:11 Zult Gij dan aan doden wonderen doen, of zullen de ges tor venen opstaan en U loven? Sela. 88:12 Zal men in de graven u
Ik ben ellendig en machteloos, dat ik zo verstoten ben; ik tor s al uwe verschrikkingen en ben wanhopig. 88:17 Uwe gramscha
lendigen, die bedroefd is en zijne klacht voor den Heer uits tor t. 102:2 Heer, hoor mijn gebed, en laat mijn roepen tot U ko
en zijne wonderen in de zee; 107:25 toen Hij sprak en een s tor mwind verwekte, dat de baren zich verhieven, 107:26 en naar
uurt eeuwig; 136:15 die Farao en zijn heir in de Schelfzee s tor tte, want zijne goedheid duurt eeuwig; 136:16 die zijn volk
op hun hoofd vallen. 140:11 Hij zal kolen vuur over hen uits tor ten; Hij zal hen met vuur diep in de aarde slaan, dat zij ni
de aarde; een boos man des gewelds zal verjaagd en nederges tor t worden. 140:13 Want ik weet, dat de Heer de zaak des ellen
j mij geen schade doen: 141:6 Hunne rechters moeten nederges tor t worden over ene steenrots; dan zal men mijne leer horen, d
met mijne stem, ik smeek den Heer met mijne stem; 142:3 ìk s tor t mijne klacht voor Hem uit, ik maak Hem mijnen nood bekend.
arde; hij legt mij in het duister, gelijk de sedert lang ges tor venen. 143:4 En mijn geest in mij is beangst, mijn hart in m
en alle diepten; 148:8 vuur en hagel, sneeuw en damp; gij s tor mwinden, die zijn bevel uitvoert; 148:9 gij bergen en alle h
nl/Christendom/_Legacy/Galaten 1.txt 3
t een overtreder. 2:19 Maar ik ben door de Wet der Wet afges tor ven, opdat ik Gode leven zou. 2:20 Ik ben met Christus gekru
erechtigheid door de wet komt, zo is Christus tevergeefs ges tor ven. Galaten 3 3:1 O onverstandige Galatiërs, wie heeft u be
gehouden. 5:12 Och dat zij ook afgesneden werden, die u vers tor en! 5:13 Want gij, broeders, zijt tot vrijheid geroepen; all
nl/Christendom/_Legacy/Ezechiel 1.txt 32
p er een wal omheen en omring ze met een heirleger en stel s tor mrammen rondom haar heen. 4:3 Voorts neem voor u ene ijzeren
zal. 7:8 Nu wil Ik welhaast mijne verbolgenheid over u uits tor ten en mijnen toorn aan u volbrengen, en Ik zal u richten ge
7:18 En zij zullen zakken omgorden, en met doodschrik overs tor t zijn, en alle aangezichten zullen er jammerlijk uitzien, e
rgeblevenen van Israël verderven, dat Gij uwen toorn zo uits tor t over Jeruzalem? 9:9 En Hij sprak tot mij: De misdaad van h
wervelwind zal hem scheuren. 13:12 Zie, zo zal die muur ins tor ten en men zal dan tot u zeggen: Waar is nu het gepleisterde
zenden en mijne verbolgenheid daarover uitgieten en bloed s tor ten, zodat Ik beiden, mensen en vee, uitroeide; 14:20 en Noa
rs en der bloedvergietsters over u brengen en zal uw bloed s tor ten met grimmigheid en minneijver; 16:39 en Ik zal u in hunn
ypte niet. Toen dacht Ik mijne grimmigheid over hen uit te s tor ten en al mijnen toorn over hen te laten gaan in het midden
tten zeer. Toen dacht Ik mijne grimmigheid over hen uit te s tor ten in de woestijn en hen geheel te verdelgen. 20:14 Maar Ik
sabbatten. Toen dacht Ik mijne grimmigheid over hen uit te s tor ten en al mijnen toorn over hen te laten gaan in de woestijn
ersen met sterke hand en met uitgestrekten arm en met uitges tor te grimmigheid. 20:34 En Ik zal u uit de volken voeren en ve
zijt, met sterke hand en met uitgestrekten arm en met uitges tor te grimmigheid. 20:35 En Ik zal u brengen in de woestijn der
ging zal op de rechterzijde naar Jeruzalem duiden, dat hij s tor mrammen zal aanvoeren, en bressen maken en ze met een groot
een groot geschreeuw overvallen in het moorden; en dat hij s tor mrammen zal aanvoeren tegen de poorten en aldaar een wal zal
r gij geboren zijt; 21:31 en Ik zal mijnen toorn over u uits tor ten, Ik zal het vuur mijner grimmigheid tegen u aanblazen, e
worden, dat Ik, de Heer, mijne grimmigheid over u heb uitges tor t. 22:23 En het woord des Heren geschiedde tot mij, zeggende
het niet zou verderven; maar Ik vond niemand. 22:31 Daarom s tor tte Ik mijnen toorn uit over hen en met het vuur mijner grim
heb haar daarom ook dat bloed op ene naakte steenrots doen s tor ten, teneinde het niet bedekt zou worden, opdat de grimmighe
olven. 26:4 Die zullen de muren van Tyrus verderven en hare tor ens afbreken; ja Ik zal ook het stof voor haar wegvegen en z
wal maken, en schilden tegen u toerusten; 26:9 hij zal met s tor mrammen uwe muren omverstoten, en uwe torens met zijne wapen
26:9 hij zal met stormrammen uwe muren omverstoten, en uwe tor ens met zijne wapenen omverrukken. 26:10 Het stof van de men
bij degenen, die in den kuil dalen, tot de lang voorheen ges tor venen; Ik zal u in het onderste der aarde doen vallen en u g
onder uw heir op uwe muren rondom en de Gammadieten op uwe tor ens; die hebben hunne schilden overal aan uwe muren opgehang
34 maar nu zijt gij door de zee in de diepte der wateren ges tor t, zodat uw handel en al uw volk, dat in u was, vergaan is.
itgebreiden handel en hebt gezondigd; daarom zal Ik u neders tor ten van den berg Gods, en zal u, den overschaduwenden cherub
t laten bedriegen in uwe pracht, daarom wil Ik u ter aarde s tor ten en een schouwspel van u maken voor de koningen. 28:18 Wa
ar betoon, dat Ik heilig ben. 28:23 En Ik zal pest en bloeds tor ting in haar zenden op hare straten en er zullen dodelijk ge
te zullen vallen en de hoovaardij hunner macht zal terneders tor ten: van Migdol tot Syene zullen zij door het zwaard vallen,
echt over No doen gaan. 30:15 En Ik zal mijne gramschap uits tor ten over Sin, de sterkte van Egypte, en zal de menigte van N
als de onreinheid ener vrouw in hare zuivering, 36:18 toen s tor tte Ik mijne verbolgenheid over hen uit, vanwege het bloed,
en, want Ik heb mijnen Geest over het huis van Israël uitges tor t, spreekt de Heere Heere. Ezechiel 40 40:1 In het vijfentwi
g geduurd, o vorsten van Israël; houdt op met geweld en vers tor ing en doet hetgeen recht en goed is; en doet weg van mijn v
nl/Christendom/_Legacy/Esther 1.txt 2
elezene jonge dochter; en toen haar vader en hare moeder ges tor ven waren, had Mordechai haar tot zijne dochter aangenomen.
kon de koning niet slapen, en gebood de kronieken en de his tor iën te brengen. Toen die voor den koning gelezen werden, von
nl/Christendom/_Legacy/Obadja 1.txt 2
stelen, spreekt gij in uw hart: Wie wil mij ter aarde neders tor ten? 1:4 Al voert gij dan ook in de hoogte als een arend en
uw nest tussen de sterren, nochtans zal Ik u vandaar neders tor ten, spreekt de Heer. 1:5 Als er dieven of nachtrovers tot u
nl/Christendom/_Legacy/Zephanja 1.txt 3
zij tegen den Heer gezondigd hebben; en hun bloed zal uitges tor t worden als stof en hun lichaam als slijk. 1:18 Hun zilver
geslachten; ook zullen er roerdompen en egels wonen op hare tor ens, en vogels zullen in de vensters zingen, de drempel zal
koninkrijken bijeenbrengen om mijnen toorn over hen uit te s tor ten, ja, al den toorn mijner grimmigheid; want de gehele wer
nl/Christendom/_Legacy/Judas 1.txt 2
derven zij zich. 1:11 Wee hun! want zij gaan Ka‘ns weg, en s tor ten zich in de dwaling van Bileam om gewin, en vergaan als i
e winden omgedreven; kale, onvruchtbare bomen, tweemaal vers tor ven en ontworteld; 1:13 wilde baren der zee, die hunne eigen
nl/Christendom/_Legacy/Titus 1.txt 1
iligen Geestes, 3:6 dien Hij rijkelijk over ons heeft uitges tor t door Jezus Christus, onzen Zaligmaker; 3:7 opdat wij, door
nl/Christendom/_Legacy/Exodus 1.txt 8
ig; maar Jozef was te voren in Egypte. 1:6 Toen nu Jozef ges tor ven was, en al zijne broeders, en allen, die in dien tijd ge
Farao zond er heen, en zie van Israëls vee was niet één ges tor ven. Maar Farao's hart werd verstokt en hij liet het volk ni
n hun leger 14:25 en stiet de raderen van hunne wagens, en s tor tte hen met onstuimigheid neder. Toen spraken de Egyptenaars
en stroom, en de Egyptenaars vluchtten die te gemoet. Alzo s tor tte de Heer hen midden in de zee. 14:28 Toen kwam het water
eerlijke daad gedaan; paard en wagen heeft Hij in de zee ges tor t. 15:2 De Heer is mijne sterkte en mijn lofzang, en Hij is
uwe grote heerlijkheid hebt Gij uwe tegenpartij ternederges tor t; want toen Gij uwe grimmigheid uitliet, verteerde zij hen
heerlijke daad gedaan: man en paard heeft Hij in de zee ges tor t. 15:22 Toen liet Mozes de kinderen Israëls opbreken, van d
tijn, 16:3 en zij spraken tot hen: Och, of wij in Egypte ges tor ven waren door de hand des Heren, toen wij bij de vleespotte
nl/Christendom/_Legacy/Romeinen 1.txt 17
geloof, zag ook niet op zijn eigen lichaam, dat alreeds vers tor ven was, daar hij reeds bijna honderd jaren oud was, ook nie
hij reeds bijna honderd jaren oud was, ook niet op den vers tor ven schoot van Sara; 4:20 want hij twijfelde niet aan de bel
5 en de hoop beschaamt ons niet, omdat de liefde Gods uitges tor t is in onze harten door den Heiligen Geest, die ons gegeven
nog zwak waren, is op den bestemden tijd voor goddelozen ges tor ven. 5:7 Nu sterft nauwelijks iemand voor een rechtvaardige;
wijst God zijne liefde jegens ons, dat Christus voor ons ges tor ven is, toen wij nog zondaars waren. 5:9 Zo zullen wij immer
ng; want indien door de overtreding van dien éénen velen ges tor ven zijn, zo is veelmeer Gods genade en gave over velen over
Hoe zouden wij nog in de zonde willen leven, welke wij afges tor ven zijn? 6:3 Of weet gij niet, dat wij allen, die in Jezus
en wij voortaan de zonde niet meer dienen; 6:7 want wie ges tor ven is, die is gerechtvaardigd van de zonde. 6:8 Zijn wij nu
rechtvaardigd van de zonde. 6:8 Zijn wij nu met Christus ges tor ven, zo geloven wij, dat wij ook met hem leven zullen, 6:9 w
e dood zal niet meer over hem heersen. 6:10 Want wat hij ges tor ven is, dat is hij der zonde gestorven eenmaal; maar wat hij
en. 6:10 Want wat hij gestorven is, dat is hij der zonde ges tor ven eenmaal; maar wat hij leeft, dat leeft hij Gode. 6:11 Al
6:11 Alzo ook gij, houdt het daarvoor, dat gij der zonde ges tor ven zijt, en Gode leeft, in Christus Jezus, onzen Heer. 6:12
dragen; 7:6 maar nu zijn wij vrij van de wet, en haar afges tor ven, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in nieuwheid d
r toen het gebod kwam, werd de zonde levend; maar ik ben ges tor ven, 7:10 en het is bevonden, dat het gebod mij ten dood wer
rdig maakt. 8:34 Wie wil verdoemen? Christus is het, die ges tor ven is, ja veel meer, die ook opgewekt is, die ook ter recht
en, wij zijn des Heren. 14:9 Want Christus is ook daarom ges tor ven en weder levend geworden, opdat hij over doden en levend
derf toch dien niet met uwe spijs, om wiens wil Christus ges tor ven is. 14:16 Daarom maakt, dat uwe voorrecht niet gelasterd
nl/Christendom/Jesaja 1.txt 15
bergen, en over alle verheven heuvelen; 2:15 over alle hoge tor ens, en over alle vaste muren; 2:16 over alle schepen van Ta
rd, en edele wijnstokken daarin geplant; hij bouwde ook een tor en in deszelfs midden, en groef ene wijnpers daarin, en verw
lijke ranken: Hij wachtte naar recht, maar zie, er is bloeds tor ting, naar gerechtigheid, maar zie, er is groot geschrei. 5:
ner paarden zijn als rotsen, en hunne wagenraderen als een s tor mwind; 5:29 zij brullen als leeuwen, en brullen als de jonge
nacht. 21:5 Ja, richt de tafel aan, laat waken op den wacht tor en; eet, drinkt; maakt u îp, gij vorsten, zalft het schild.
t. 21:8 En hij riep als een leeuw: Heer, ik sta op den wacht tor en gestadig bij dag, en zet mij op mijne hoede den gehelen n
zijn niet met het zwaard verslagen en niet in den strijd ges tor ven, 22:3 maar al uwe hoofdlieden zijn voor den boog weggewe
icht voor de bewoners der woestijn; zij hebben daarin vaste tor ens opgericht en paleizen opgebouwd, maar het is gesteld tot
Want de Heer heeft een geest van diepen slaap over u uitges tor t, en uwe ogen vast gesloten; uwe profeten en hoofden en de
eer hij begint uit te wijken, die schielijk, onvoorziens ins tor t; 30:14 gelijk een pot verbrijzeld wordt, dien men zonder v
aterstromen zijn, ten tijde der grote slachting, wanneer de tor ens vallen zullen. 30:26 En het licht der maan zal zijn als
en de stad, die vol gewoel was, zal eenzaam zijn; zodat de tor ens en vestingen eeuwige holen worden, voor het wild tot vre
e schrijvers, waar is de betaalmeester, waar is hij, die de tor ens telt? 33:19 Daarenboven zult gij dat sterke volk niet me
en ziet mij niet. Uwe wijsheid en kunst heeft u terneder ges tor t; gij spraakt in uw hart: Wat ik ben, dat is niemand meer.
em niets geacht. 53:4 Voorwaar, hij droeg onze ellenden, en tor ste onze smarten; maar wij hielden hem voor enen geplaagde,
nl/Christendom/Johannes 1.txt 15
l uit, met de schapen en ossen; en het geld der wisselaars s tor tte hij uit, en stiet de tafels om; 2:16 en hij zeide tot de
Uwe vaderen hebben manna gegeten in de woestijn, en zijn ges tor ven; 6:50 dit is het brood, dat van den hemel komt, opdat wi
men is; niet gelijk uwe vaderen manna gegeten hebben, en ges tor ven zijn. Wie dit brood eet, die zal leven in eeuwigheid. 6:
: Nu weten wij, dat gij een bozen geest hebt. Abraham is ges tor ven, en de profeten, en gij zegt: Zo iemand mijn woord houdt
uwigheid? 8:53 Zijt gij meer dan onze vader Abraham, die ges tor ven is? En de profeten zijn gestorven. Wat maakt gij van uze
nze vader Abraham, die gestorven is? En de profeten zijn ges tor ven. Wat maakt gij van uzelven? 8:54 Jezus antwoordde: Indie
aap. 11:14 Toen zeide Jezus tot hen vrij uit: Lazarus is ges tor ven, 11:15 en ik ben blijde om uwentwil, dat ik daar niet ge
us: Heer, waart gij hier geweest, mijn broeder ware niet ges tor ven. 11:22 Maar ook nog weet ik, dat, wat gij van God bidt,
et leven: wie in mij gelooft, zal leven, al ware hij ook ges tor ven; 11:26 en wie leeft, en in mij gelooft, zal nimmermeer s
em: Heer, waart gij hier geweest, mijn broeder ware niet ges tor ven. 11:33 Toen Jezus haar zag wenen, en de Joden, die met h
Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des ges tor venen, zeide tot hem: Heer, hij riekt al, want hij heeft vie
zoudt zien? 11:41 Toen namen zij den steen weg, waar de ges tor vene lag; en Jezus hief zijne ogen opwaarts en zeide: Vader,
ep hij met een luide stem: Lazarus, kom uit! 11:44 En de ges tor vene kwam uit, gebonden met grafdoeken aan voeten en handen,
Vîîr Pasen kwam Jezus te Bethanië, waar Lazarus was, de ges tor vene, dien hij had opgewekt uit de doden. 12:2 Aldaar bereid
doch toen zij tot Jezus kwamen en zagen, dat hij alreeds ges tor ven was, braken zij hem de benen niet, 19:34 maar een der kr
nl/Christendom/Klaagliederen 1.txt 3
at aangenaam was om aan te zien, en zijne grimmigheid uitges tor t als een vuur in de hut der dochter van Sion. 2:5 De Heer i
j geworpen. 3:54 Zij hebben over mijn hoofd ook water uitges tor t; ik sprak: Nu is het met mij gedaan. 3:55 Maar ik riep uwe
immigheid volbracht; Hij heeft zijnen grimmigen toorn uitges tor t, en Hij heeft te Sion een vuur ontstoken, dat ook hare gro
nl/Christendom/Hooglied 1.txt 6
ker dan wijn. 1:3 Uwe zalf riekt goed; uw naam is ene uitges tor te zalf, daarom hebben de maagden u lief: 1:4 trek mij, wij
en zijn uitgekomen in het land; de lente is genaderd, en de tor telduif laat zich horen op ons land; 2:13 de vijgeboom heeft
den granaatappel tussen uwe vlechten. 4:4 Uw hals is als de tor en van David, gebouwd tot bewaarplaats van wapenen, waaraan
jonge tweelingen van een ree; 7:4 uw hals is als een ivoren tor en; uwe ogen zijn als de vijvers van Hesbon, aan de poort Ba
ers van Hesbon, aan de poort Bath-Rabbim; uw neus is als de tor en van den Libanon, die tegen Damaskus ziet; 7:5 uw hoofd ve
derplanken. 8:10 Ik ben een muur, en mijne borsten zijn als tor ens; en nochtans ben ik voor zijne ogen geworden als ene, di
nl/Christendom/Daniel 1.txt 2
en gezicht in den nacht, en zie, de vier winden des hemels s tor mden tegen elkander op de grote zee. 7:3 En vier grote diere
het is besloten, totdat het vast besloten verderf zal uitges tor t worden over de verwoesting. Daniel 10 10:1 In het derde ja
nl/Christendom/Spreuken 1.txt 6
ne voeten lopen tot het kwaad, en haasten zich om bloed te s tor ten. 1:17 Want het is tevergeefs het net uit te spreiden voo
rt u tot mijne onderwijzing; zie, ik zal u mijnen geest uits tor ten, en u mijne woorden bekendmaken. 1:24 Dewijl ik dan roep
t komt, 1:27 als hetgeen gij vreest over u komt gelijk een s tor m, en uw ongeval als een onweder, als u angst en nood overko
te vrezen voor een schielijke verschrikking, noch voor den s tor m der goddelozen, als hij komt; 3:26 want de Heer is uw toev
geleiden, maar de boosheid zal de verachters in het onheil s tor ten. 11:4 Vermogen baat niet ten dage des toorns, maar gerec
ele zonden. 29:23 De hoovaardij des mensen zal hem terneders tor ten, maar de ootmoedige zal eer ontvangen. 29:24 Wie met een
nl/Christendom/Prediker 1.txt 1
r konden hebben. 4:2 Toen prees ik de doden, die alreeds ges tor ven waren, meer dan de levenden, die het leven nog hadden; 4
nl/Christendom/HebreÎn 1.txt 3
n zijne gaven; en daardoor spreekt hij nog, alhoewel hij ges tor ven is. 11:5 Door het geloof werd Henoch weggenomen, zodat h
eloofd had. 11:12 Daarom zijn ook van éénen, hoewel een vers tor ven lichaam hebbende, velen geboren, gelijk de sterren aan d
oever der zee, dat ontelbaar is. 11:13 Dezen allen zijn ges tor ven in het geloof, zonder de beloften verksegen te hebben, m
nl/Christendom/Numeri 1.txt 7
enden dag. 6:10 En op den achtsten dag zal hij brengen twee tor telduiven of twee jonge duiven tot den priester, voor den in
ehele gemeente sprak tot hen: Och, dat wij in Egypteland ges tor ven waren, of nog stierven in deze woestijn! 14:3 Waarom voe
: toen hield de plaag op. 16:49 Zij nu, die aan de plaag ges tor ven waren, waren veertien duizend en zevenhonderd, behalve d
duizend en zevenhonderd, behalve degenen, die met Korach ges tor ven waren. 16:50 En Aäron kwam weder tot Mozes voor den inga
n der Moabieten verpletteren, en alle kinderen van Seth vers tor en. 24:18 Edom zal hij innemen, en Seïr, dat hem vijandig is
van de tent der samenkomst, zeggende: 27:3 Onze vader is ges tor ven in de woestijn, en hij was niet mede onder de gemeente,
pstond in het rot van Korach; maar hij is in zijne zonde ges tor ven, en had geen zonen. 27:4 Waarom zal dan de naam onzes va
nl/Christendom/Jona 1.txt 1
u stil worden; want ik weet, dat om mijnentwil deze hevige s tor m u overkomt. 1:13 En de lieden roeiden om weder aan het lan
nl/Christendom/Ezra 1.txt 1
voor het huis Gods, en sidderde om die zaak en vanwege den s tor tregen. 10:10 En Ezra, de priester, stond op en sprak tot he
nl/Christendom/Lukas 1.txt 8
aven, naar hetgeen gezegd is in de wet des Heren, "een paar tor telduiven of twee jonge duiven". 2:25 En zie, er was een men
doet de jonge wijn de lederen zakken bersten en wordt uitges tor t, en de lederen zakken verderven; 5:38 maar den jongen wijn
len uit van den mens, en voeren in de zwijnen; en de kudde s tor tte van de steilte af in de zee, en zij verdronken. 8:34 Toe
n overste der synagoge, en zeide tot hem: Uwe dochter is ges tor ven; doe den Meester geen moeite aan. 8:50 Maar toen Jezus d
agden over haar. Maar hij zeide: Weent niet. Zij is niet ges tor ven, maar slaapt. 8:53 En zij belachten hem, wel wetende, da
slaapt. 8:53 En zij belachten hem, wel wetende, dat zij ges tor ven was. 8:54 Maar hij dreef hen allen uit, nam haar bij de
o omkomen. 13:4 Of meent gij, dat die achttien, op welke de tor en te Siloah viel en hen doodde, schuldig zijn geweest boven
ijn jonger niet zijn. 14:28 Want wie is er onder u, die een tor en wil bouwen, en niet eerst nederzit en de kosten berekent,
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/17 Titus.txt 1
iligen Geestes, 3:6 dien Hij rijkelijk over ons heeft uitges tor t door Jezus Christus, onzen Zaligmaker; 3:7 opdat wij, door
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/13 1Thessalonica.txt 2
ie geen hoop hebben. 4:14 Want zo wij geloven, dat Jezus ges tor ven en verrezen is--zo zal God ook degenen, die ontslapen zi
ijgen door onzen Heere Jezus Christus, 5:10 die voor ons ges tor ven is, opdat wij, hetzij wij waken of slapen, te zamen met
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/26 Judas.txt 2
derven zij zich. 1:11 Wee hun! want zij gaan Kaïns weg, en s tor ten zich in de dwaling van Bileam om gewin, en vergaan als i
e winden omgedreven; kale, onvruchtbare bomen, tweemaal vers tor ven en ontworteld; 1:13 wilde baren der zee, die hunne eigen
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/05 Handelingen.txt 13
ker verworven voor het onrechtvaardige loon, en voorover ges tor t, is hij door midden gebarsten, en al zijne ingewanden zijn
in de laatste dagen, zegt God, Ik zal van mijnen Geest uits tor ten op alle vlees; en uwe zonen en dochters zullen profetere
ijne dienstmaagden zal Ik in die dagen van mijnen Geest uits tor ten, en zij zullen profeteren. 2:19 En Ik zal wonderen geven
mij vrij tot u spreken van den aartsvader David. Hij is ges tor ven en begraven en zijn graf is bij ons tot op dezen dag. 2:
belofte des Heiligen Geestes van den Vader, heeft hij uitges tor t hetgeen gij nu ziet en hoort. 2:34 Want David is niet ten
ben hem horen zeggen: Jezus van Nazaret zal deze plaats vers tor en, en de zeden veranderen, welke Mozes ons gegeven heeft. 6
aldeën, en woonde in Haran. En van daar, toen zijn vader ges tor ven was, bracht Hij hem over in dit land waarin gij nu woont
, dat ook op de heidenen de gave des Heiligen Geestes uitges tor t werd; 10:46 want zij hoorden, dat zij met tongen spraken e
Efeziërs! 19:29 En de gehele stad werd vol gewoel; en zij s tor mden gezamenlijk naar den schouwburg, met zich slepende Gaju
gen tegen hem omtrent hunnen godsdienst, en omtrent enen ges tor ven Jezus, van wien Paulus zeide, dat hij leeft. 25:20 En da
heen. 27:14 Maar niet lang daarna verhief zich vandaar een s tor mwind, dien men Noord-Oost noemt. 27:15 En toen het schip vo
eil en dreven zo heen. 27:18 En daar wij geweldig door den s tor m geslingerd werden, deden zij des anderen daags een uitworp
agen noch zon noch sterren verschenen, en een niet geringe s tor m aanhield, zo was ons alle hoop op behoud ontnomen. 27:21 E
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/16 2Timotheus.txt 1
d. 2:11 Het is een betrouwbaar woord: indien wij met hem ges tor ven zijn, zullen wij ook met hem leven; 2:12 indien wij verd
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/21 1Petrus.txt 1
haam heeft gedragen op het hout, opdat wij, den zonden afges tor ven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door wiens wonde
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/03 Lukas.txt 8
aven, naar hetgeen gezegd is in de wet des Heren, "een paar tor telduiven of twee jonge duiven". 2:25 En zie, er was een men
doet de jonge wijn de lederen zakken bersten en wordt uitges tor t, en de lederen zakken verderven; 5:38 maar den jongen wijn
len uit van den mens, en voeren in de zwijnen; en de kudde s tor tte van de steilte af in de zee, en zij verdronken. 8:34 Toe
n overste der synagoge, en zeide tot hem: Uwe dochter is ges tor ven; doe den Meester geen moeite aan. 8:50 Maar toen Jezus d
agden over haar. Maar hij zeide: Weent niet. Zij is niet ges tor ven, maar slaapt. 8:53 En zij belachten hem, wel wetende, da
slaapt. 8:53 En zij belachten hem, wel wetende, dat zij ges tor ven was. 8:54 Maar hij dreef hen allen uit, nam haar bij de
o omkomen. 13:4 Of meent gij, dat die achttien, op welke de tor en te Siloah viel en hen doodde, schuldig zijn geweest boven
ijn jonger niet zijn. 14:28 Want wie is er onder u, die een tor en wil bouwen, en niet eerst nederzit en de kosten berekent,
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/_Legacy/Openbaring 1.txt 1
stond er ene grote aardbeving, en het tiende deel der stad s tor tte in; en door de aardbeving werden zeven duizend mensen ge
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/04 Johannes.txt 15
l uit, met de schapen en ossen; en het geld der wisselaars s tor tte hij uit, en stiet de tafels om; 2:16 en hij zeide tot de
Uwe vaderen hebben manna gegeten in de woestijn, en zijn ges tor ven; 6:50 dit is het brood, dat van den hemel komt, opdat wi
men is; niet gelijk uwe vaderen manna gegeten hebben, en ges tor ven zijn. Wie dit brood eet, die zal leven in eeuwigheid. 6:
: Nu weten wij, dat gij een bozen geest hebt. Abraham is ges tor ven, en de profeten, en gij zegt: Zo iemand mijn woord houdt
uwigheid? 8:53 Zijt gij meer dan onze vader Abraham, die ges tor ven is? En de profeten zijn gestorven. Wat maakt gij van uze
nze vader Abraham, die gestorven is? En de profeten zijn ges tor ven. Wat maakt gij van uzelven? 8:54 Jezus antwoordde: Indie
aap. 11:14 Toen zeide Jezus tot hen vrij uit: Lazarus is ges tor ven, 11:15 en ik ben blijde om uwentwil, dat ik daar niet ge
us: Heer, waart gij hier geweest, mijn broeder ware niet ges tor ven. 11:22 Maar ook nog weet ik, dat, wat gij van God bidt,
et leven: wie in mij gelooft, zal leven, al ware hij ook ges tor ven; 11:26 en wie leeft, en in mij gelooft, zal nimmermeer s
em: Heer, waart gij hier geweest, mijn broeder ware niet ges tor ven. 11:33 Toen Jezus haar zag wenen, en de Joden, die met h
Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des ges tor venen, zeide tot hem: Heer, hij riekt al, want hij heeft vie
zoudt zien? 11:41 Toen namen zij den steen weg, waar de ges tor vene lag; en Jezus hief zijne ogen opwaarts en zeide: Vader,
ep hij met een luide stem: Lazarus, kom uit! 11:44 En de ges tor vene kwam uit, gebonden met grafdoeken aan voeten en handen,
Vóór Pasen kwam Jezus te Bethanië, waar Lazarus was, de ges tor vene, dien hij had opgewekt uit de doden. 12:2 Aldaar bereid
doch toen zij tot Jezus kwamen en zagen, dat hij alreeds ges tor ven was, braken zij hem de benen niet, 19:34 maar een der kr
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/27 Openbaringen.txt 1
stond er ene grote aardbeving, en het tiende deel der stad s tor tte in; en door de aardbeving werden zeven duizend mensen ge
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/01 Mattheus.txt 7
oosten, omdat zij niet meer waren". 2:19 Toen nu Herodes ges tor ven was, zie, toen verscheen een Engel des Heren aan Jozef i
u, en trek heen naar het land van Israël; want zij zijn ges tor ven, die naar het leven van het kind stonden. 2:21 En hij st
oeren in de kudde zwijnen. En zie, de gehele kudde zwijnen s tor tte van de steilte af in de zee, en zij stierven in het wate
n; anders bersten de lederen zakken, en de wijn wordt uitges tor t, en de lederen zakken verderven; maar men doet jongen wijn
voor hem neder, en zeide: Heer, mijne dochter is zo even ges tor ven; maar kom en leg uwe hand op haar, en zij zal weder leve
hemel is rood; 16:3 en des morgens zegt gij: Heden zal er s tor mweer komen, want de hemel ziet treurig rood. Gij huichelaar
mtuining omheen, en groef er ene wijnpers in, en bouwde een tor en, en verhuurde hem aan wijngaardeniers, en trok buitenslan
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/06 Romeinen.txt 17
geloof, zag ook niet op zijn eigen lichaam, dat alreeds vers tor ven was, daar hij reeds bijna honderd jaren oud was, ook nie
hij reeds bijna honderd jaren oud was, ook niet op den vers tor ven schoot van Sara; 4:20 want hij twijfelde niet aan de bel
5 en de hoop beschaamt ons niet, omdat de liefde Gods uitges tor t is in onze harten door den Heiligen Geest, die ons gegeven
nog zwak waren, is op den bestemden tijd voor goddelozen ges tor ven. 5:7 Nu sterft nauwelijks iemand voor een rechtvaardige;
wijst God zijne liefde jegens ons, dat Christus voor ons ges tor ven is, toen wij nog zondaars waren. 5:9 Zo zullen wij immer
ng; want indien door de overtreding van dien éénen velen ges tor ven zijn, zo is veelmeer Gods genade en gave over velen over
Hoe zouden wij nog in de zonde willen leven, welke wij afges tor ven zijn? 6:3 Of weet gij niet, dat wij allen, die in Jezus
en wij voortaan de zonde niet meer dienen; 6:7 want wie ges tor ven is, die is gerechtvaardigd van de zonde. 6:8 Zijn wij nu
rechtvaardigd van de zonde. 6:8 Zijn wij nu met Christus ges tor ven, zo geloven wij, dat wij ook met hem leven zullen, 6:9 w
e dood zal niet meer over hem heersen. 6:10 Want wat hij ges tor ven is, dat is hij der zonde gestorven eenmaal; maar wat hij
en. 6:10 Want wat hij gestorven is, dat is hij der zonde ges tor ven eenmaal; maar wat hij leeft, dat leeft hij Gode. 6:11 Al
6:11 Alzo ook gij, houdt het daarvoor, dat gij der zonde ges tor ven zijt, en Gode leeft, in Christus Jezus, onzen Heer. 6:12
dragen; 7:6 maar nu zijn wij vrij van de wet, en haar afges tor ven, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in nieuwheid d
r toen het gebod kwam, werd de zonde levend; maar ik ben ges tor ven, 7:10 en het is bevonden, dat het gebod mij ten dood wer
rdig maakt. 8:34 Wie wil verdoemen? Christus is het, die ges tor ven is, ja veel meer, die ook opgewekt is, die ook ter recht
en, wij zijn des Heren. 14:9 Want Christus is ook daarom ges tor ven en weder levend geworden, opdat hij over doden en levend
derf toch dien niet met uwe spijs, om wiens wil Christus ges tor ven is. 14:16 Daarom maakt, dat uwe voorrecht niet gelasterd
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/02 Markus.txt 7
de wijn de lederen zakken scheuren, en de wijn wordt uitges tor t, en de lederen zakken verderven; maar men moet den jongen
andere schepen bij hem. 4:37 En er verhief zich een hevige s tor m, en wierp de golven in het schip, zodat het schip vol werd
onreine geesten uit, en voeren in de zwijnen; en de kudde s tor tte van de steilte af in de zee--er waren omtrent twee duize
van den overste der synagoge, en zeiden: Uwe dochter is ges tor ven, wat moeit gij verder den Meester? 5:36 En Jezus hoorde
hij tot hen: Wat tiert en weent gij? Het meisje is niet ges tor ven, maar slaapt. 5:40 Doch zij belachten hem. Maar hij dree
een omtuining omheen, en groef ene wijnpers, en bouwde een tor en; en verhuurde hem aan wijngaardeniers, en reisde buitensl
ezus. 15:44 Pilatus nu verwonderde zich er over, dat hij ges tor ven zou zijn, en riep den hoofdman, en vraagde hem, of hij r
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/12 Colossenzen.txt 2
dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afges tor ven, wat laat gij u dan, alsof gij nog in de wereld leefdet,
is, niet naar hetgeen op de aarde is. 3:3 Want gij zijt ges tor ven, en uw leven is verborgen met Christus in God. 3:4 Wanne
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Nieuwe Testament/09 Galaten.txt 3
t een overtreder. 2:19 Maar ik ben door de Wet der Wet afges tor ven, opdat ik Gode leven zou. 2:20 Ik ben met Christus gekru
erechtigheid door de wet komt, zo is Christus tevergeefs ges tor ven. Galaten 3 3:1 O onverstandige Galatiërs, wie heeft u be
gehouden. 5:12 Och dat zij ook afgesneden werden, die u vers tor en! 5:13 Want gij, broeders, zijt tot vrijheid geroepen; all
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/22 Hooglied.txt 6
ker dan wijn. 1:3 Uwe zalf riekt goed; uw naam is ene uitges tor te zalf, daarom hebben de maagden u lief: 1:4 trek mij, wij
en zijn uitgekomen in het land; de lente is genaderd, en de tor telduif laat zich horen op ons land; 2:13 de vijgeboom heeft
den granaatappel tussen uwe vlechten. 4:4 Uw hals is als de tor en van David, gebouwd tot bewaarplaats van wapenen, waaraan
jonge tweelingen van een ree; 7:4 uw hals is als een ivoren tor en; uwe ogen zijn als de vijvers van Hesbon, aan de poort Ba
ers van Hesbon, aan de poort Bath-Rabbim; uw neus is als de tor en van den Libanon, die tegen Damaskus ziet; 7:5 uw hoofd ve
derplanken. 8:10 Ik ben een muur, en mijne borsten zijn als tor ens; en nochtans ben ik voor zijne ogen geworden als ene, di
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/07 Richteren.txt 15
aar toen nu Jozua, de zoon van Nun, de knecht des Heren, ges tor ven was, honderd en tien jaar oud zijnde, 2:9 en zij hem beg
drongen, had de Heer mededogen. 2:19 Als dan de richter ges tor ven was, zo vielen zij weder af, en verdierven het meer nog
den al verder hetgeen kwaad was voor den Heer, toen Ehud ges tor ven was. 4:2 En de Heer verkocht hen in de hand van Jabin, d
e lieden van Pnuël: Kom ik met vrede weder, zo zal ik dezen tor en afbreken. 8:10 Zebah en Zalmunna nu waren te Karkor, en h
liet de lieden van Sukkoth die voelen. 8:17 En hij brak den tor en van Pnuël af, en doodde de lieden der stad. 8:18 En hij s
vader Joas, te Ofra der Abiëzrieten. 8:33 Toen nu Gideon ges tor ven was, keerden de kinderen Israëls zich om en hoereerden d
, en bezaaide haar met zout. 9:46 Toen al de mannen van den tor en van Sichem dit hoorden, gingen zij in de vesting van het
9:47 En toen Abimélech dat hoorde, dat al de mannen van den tor en van Sichem zich vergaderd hadden, 9:48 ging hij op den be
ting, en staken ze aan met vuur; zodat al de mannen van den tor en van Sichem stierven, omtrent duizend mannen en vrouwen. 9
belegerde haar en nam haar in. 9:51 Maar er was een sterke tor en midden in de stad, op welken al de mannen en vrouwen en a
sloten dien achter zich toe; en zij klommen op het dak des tor ens. 9:52 Toen kwam Abimélech tot aan den toren en bestormde
op het dak des torens. 9:52 Toen kwam Abimélech tot aan den tor en en bestormde dien; en hij naderde tot aan de deur van den
es torens. 9:52 Toen kwam Abimélech tot aan den toren en bes tor mde dien; en hij naderde tot aan de deur van den toren om he
n en bestormde dien; en hij naderde tot aan de deur van den tor en om hem met vuur te verbranden. 9:53 Maar ene vrouw wierp
te doden; en zij hebben mijn bijwijf geschonden, dat zij ges tor ven is. 20:6 Toen nam ik mijn bijwijf en hieuw haar in stukk
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/05 Deuteronomium.txt 8
aar in hunne plaats woonden tot op dezen dag. 2:23 En de Kaf tor ieten trokken uit Kaftor en verdelgden de Avvieten, die te H
den tot op dezen dag. 2:23 En de Kaftorieten trokken uit Kaf tor en verdelgden de Avvieten, die te Hazerim woonden, tot Gaza
vuur op den berg Horeb; 4:16 dat gij u niet in het verderf s tor t, noch u enig beeld maakt, dat gelijk zij aan een man of vr
inderen verwekt, en in het land woont, en u in het verderf s tor t, en beelden van enige gelijkenis maakt, zodat gij kwaad do
rmhartig God; Hij zal u niet verlaten, noch in het verderf s tor ten, en zal ook niet vergeten het verbond, hetwelk Hij uwen
en en de een sterft zonder kinderen, zo zal de vrouw des ges tor venen geen vreemden man van buiten nemen; maar haar behuwdbr
dien zij baart, zal hij laten staan op den naam van zijn ges tor ven broeder, opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israë
gij uitgaat. 28:20 De Heer zal onder u zenden ongeval, vers tor ing en verderf, in alles wat gij bij de hand neemt om te doe
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/10 2Samuel.txt 9
laats. En wie op die plaats kwam, waar Asaël gevallen en ges tor ven was, die stond stil. 2:24 Joab nu en Abisaï joegen Abner
oen het kind leefde, vasttet gij en weendet; maar nu het ges tor ven is, staat gij op en eet. 12:22 En hij zeide: Ik vastte e
ert u? Zij sprak: Ach, ik ben ene weduwe, en mijn man is ges tor ven. 14:6 En uwe dienstmaagd had twee zonen; die twistten me
nen verstotene niet weder laat halen? 14:14 Want als wij ges tor ven zijn, dan zijn wij gelijk het water, dat op de aarde ver
llen aan welke plaats wij hem vinden, en zullen ons op hem s tor ten gelijk de dauw op de aarde valt, zodat wij van hem en al
m, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Gave God, dat ik voor u ges tor ven ware, o Absalom, mijn zoon, mijn zoon! 2Samuel 19 19:1 E
. 19:10 Nu is Absalom, dien wij over ons gezalfd hadden, ges tor ven in den strijd: waarom zijt gijlieden nu zo stil, dat gij
rmede in den buik, zodat zijn ingewand ter aarde werd uitges tor t; en hij gaf hem geen steek meer, want hij was dood. Joab n
e tot aan den muur; en al het volk, dat met Joab was, liep s tor m, en wilde den muur nederwerpen. 20:16 Toen riep ene wijze
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/21 Prediker.txt 1
r konden hebben. 4:2 Toen prees ik de doden, die alreeds ges tor ven waren, meer dan de levenden, die het leven nog hadden; 4
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/30 Amos.txt 2
den strijd en als het onweder zal komen ten tijde van den s tor m. 1:15 Dan zal hun koning tegelijk met zijne vorsten, gevan
niet Israël uit Egypteland gevoerd en de Filistijnen uit Kaf tor en de Syriërs uit Kir? 9:8 Zie, de ogen des Heren Heren zie
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/28 Hosea.txt 1
en achteruitzetten: daarom zal Ik mijnen toorn over hen uits tor ten als water. 5:11 Efraïm lijdt geweld en wordt geplaagd; d
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/13 1Kronieken.txt 4
sluhieten, van welke voortgekomen zijn de Filistijnen en Kaf tor ieten. 1:13 En Kanaän verwekte Sidon, zijnen eersten zoon, e
hare kinderen: Jeser, Sobab en Ardon. 2:19 En toen Azuba ges tor ven was, nam Kaleb Efrath; die baarde hem Hur. 2:20 En Hur v
uw knecht moed gevonden, dat hij zijn gebed voor U zou uits tor ten. 17:26 Nu, Heer, Gij zijt God, en hebt dat goede tot uwe
r den voorraad op het land, in de steden, de dorpen en wacht tor ens, was Jonathan, de zoon van Uzzía; 27:26 over de akkerlie
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/18 Job.txt 5
gen het ongeluk voor mijne ogen. 3:11 Waarom ben ik niet ges tor ven van den moederschoot af, waarom ben ik niet omgekomen, t
n en niet verschoond, Hij heeft mijne gal op de aarde uitges tor t; 16:14 Hij heeft mij de ene wond op de andere toegebracht,
16:20 Mijne vrienden zijn mijne bespotters, maar mijn oog s tor t tranen tot God. 16:21 Dat hij mocht richten tussen den man
en zijn als stoppels voor den wind, en als kaf, hetwelk de s tor mwind wegvoert. 21:19 God bewaart het ongeluk des booswichts
moeten begeven, als er van de bergen een slagregen op hen s tor t, dewijl zij anders geen schuilplaats hebben. 24:9 Zij rukk
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/01 Genesis.txt 8
thrusim en Kasluhim: vandaar zijn gekomen de Filistim en Kaf tor im. 10:15 En Kanaän verwekte Sidon, zijnen eersten zoon, en
eem tot kalk, 11:4 en spraken: Welaan, laat ons een stad en tor en bouwen, welks spits tot aan den hemel reikt, opdat wij on
den. 11:5 Toen voer de Heer neder, opdat Hij de stad en den tor en zag, welke de mensenkinderen bouwden; 11:6 en de Heer spr
koe, en ene driejarige geit, en een driejarigen ram, en ene tor telduif, en ene jonge duif. 15:10 En hij bracht Hem dat alle
Daarom noemde men hem Gal-Ed. 31:49 En hij zij tot een wacht tor en; want hij sprak: De Heer zie daarin tussen mij en u, wann
raël trok uit, en richtte ene hut op aan gene zijde van den tor en Eder. 35:22 En het gebeurde, toen Israël in dat land woon
a: Er, Onan, Sela, Perez en Zerah; maar Er en Onan waren ges tor ven in het land Kanaän. En de kinderen van Perez: Hezron en
gypte. 50:15 Maar Jozefs broeders vreesden, nu hun vader ges tor ven was, en spraken: Jozef zal misschien op ons vergramd zij
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/02 Exodus.txt 8
ig; maar Jozef was te voren in Egypte. 1:6 Toen nu Jozef ges tor ven was, en al zijne broeders, en allen, die in dien tijd ge
Farao zond er heen, en zie van Israëls vee was niet één ges tor ven. Maar Farao's hart werd verstokt en hij liet het volk ni
n hun leger 14:25 en stiet de raderen van hunne wagens, en s tor tte hen met onstuimigheid neder. Toen spraken de Egyptenaars
en stroom, en de Egyptenaars vluchtten die te gemoet. Alzo s tor tte de Heer hen midden in de zee. 14:28 Toen kwam het water
eerlijke daad gedaan; paard en wagen heeft Hij in de zee ges tor t. 15:2 De Heer is mijne sterkte en mijn lofzang, en Hij is
uwe grote heerlijkheid hebt Gij uwe tegenpartij ternederges tor t; want toen Gij uwe grimmigheid uitliet, verteerde zij hen
heerlijke daad gedaan: man en paard heeft Hij in de zee ges tor t. 15:22 Toen liet Mozes de kinderen Israëls opbreken, van d
tijn, 16:3 en zij spraken tot hen: Och, of wij in Egypte ges tor ven waren door de hand des Heren, toen wij bij de vleespotte
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/08 Ruth.txt 3
and, moet gij ook Ruth de Moabietische, de huisvrouw des ges tor venen, nemen, opdat gij den gestorvene een naam verwekt over
sche, de huisvrouw des gestorvenen, nemen, opdat gij den ges tor vene een naam verwekt over zijn erfdeel. 4:6 Toen sprak hij:
che, Machlons huisvrouw, neem ik tot vrouw, opdat ik den ges tor vene een naam verwekke over zijn erfdeel, en zijn naam niet
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/_Legacy/Ruth 1.txt 3
and, moet gij ook Ruth de Moabietische, de huisvrouw des ges tor venen, nemen, opdat gij den gestorvene een naam verwekt over
sche, de huisvrouw des gestorvenen, nemen, opdat gij den ges tor vene een naam verwekt over zijn erfdeel. 4:6 Toen sprak hij:
che, Machlons huisvrouw, neem ik tot vrouw, opdat ik den ges tor vene een naam verwekke over zijn erfdeel, en zijn naam niet
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/04 Numeri.txt 7
enden dag. 6:10 En op den achtsten dag zal hij brengen twee tor telduiven of twee jonge duiven tot den priester, voor den in
ehele gemeente sprak tot hen: Och, dat wij in Egypteland ges tor ven waren, of nog stierven in deze woestijn! 14:3 Waarom voe
: toen hield de plaag op. 16:49 Zij nu, die aan de plaag ges tor ven waren, waren veertien duizend en zevenhonderd, behalve d
duizend en zevenhonderd, behalve degenen, die met Korach ges tor ven waren. 16:50 En Aäron kwam weder tot Mozes voor den inga
n der Moabieten verpletteren, en alle kinderen van Seth vers tor en. 24:18 Edom zal hij innemen, en Seïr, dat hem vijandig is
van de tent der samenkomst, zeggende: 27:3 Onze vader is ges tor ven in de woestijn, en hij was niet mede onder de gemeente,
pstond in het rot van Korach; maar hij is in zijne zonde ges tor ven, en had geen zonen. 27:4 Waarom zal dan de naam onzes va
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/25 Klaagliederen.txt 3
at aangenaam was om aan te zien, en zijne grimmigheid uitges tor t als een vuur in de hut der dochter van Sion. 2:5 De Heer i
j geworpen. 3:54 Zij hebben over mijn hoofd ook water uitges tor t; ik sprak: Nu is het met mij gedaan. 3:55 Maar ik riep uwe
immigheid volbracht; Hij heeft zijnen grimmigen toorn uitges tor t, en Hij heeft te Sion een vuur ontstoken, dat ook hare gro
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/31 Obadja.txt 2
stelen, spreekt gij in uw hart: Wie wil mij ter aarde neders tor ten? 1:4 Al voert gij dan ook in de hoogte als een arend en
uw nest tussen de sterren, nochtans zal Ik u vandaar neders tor ten, spreekt de Heer. 1:5 Als er dieven of nachtrovers tot u
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/09 1Samuel.txt 2
k niet gedronken, maar ik heb mijn hart voor den Heer uitges tor t. 1:16 Wil toch uwe dienstmaagd niet houden voor ene slecht
n mijn hoofd stellen mijn leven lang. 28:3 Samuel nu was ges tor ven, en geheel Israël had rouw over hem gedragen, en hem beg
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/19 Psalmen.txt 28
j ons, hunne ogen richten zij daarheen om ons ter aarde te s tor ten, 17:12 gelijk een leeuw, die den roof begeert, als een j
an den naam van den Heer, onzen God. 20:9) Zij zijn nederges tor t, en gevallen, maar wij staan opgericht. 20:10) Help, Heer,
j zegt: Waar is nu uw God? 42:5 Als ik daaraan gedenk, dan s tor t ik mijn hart uit bij mijzelven; want ik wilde gaarne heeng
elen wil. 48:13 Gaat rondom Sion van alle zijden, telt hare tor ens. 48:14 Vestigt uwe aandacht op hare muren, en beschouwt
alse tong. 52:7 Daarom zal God u ook geheel en al terneder s tor ten en verslaan, u uit de hut rukken, en uit het land der le
ven. Sela. 55:9 Ik zou mij haasten om te ontlopen voor den s tor mwind en het onweder. 55:10 Maak hunne tongen verdeeld, o He
uwig in onrust laten. 55:24 Maar, o God, Gij zult hen neders tor ten in den diepen kuil, de bloedgierigen en valsen zullen hu
grijpen. 56:8 Zouden zij met hunne boosheid ontkomen? God s tor t die lieden zonder genade terneder! 56:9 Tel de wegen mijne
e; maar verstrooi hen door uwe macht, Heer, ons schild, en s tor t hen neder. 59:13 Het woord hunner lippen is enkel zonde; d
e; maar verstrooi hen door uwe macht, Heer, ons schild, en s tor t hen neder. 59:13 Het woord hunner lippen is enkel zonde; d
e; maar verstrooi hen door uwe macht, Heer, ons schild, en s tor t hen neder. 59:13 Het woord hunner lippen is enkel zonde; d
e steenrots. 61:4 Want Gij zijt mijn toeverlaat, een sterke tor en tegen mijne vijanden. 61:5 Laat mij wonen in uwe hut eeuw
e steenrots. 61:4 Want Gij zijt mijn toeverlaat, een sterke tor en tegen mijne vijanden. 61:5 Laat mij wonen in uwe hut eeuw
het zilver loutert; 68:11 Gij hebt ons laten werpen in den tor en, Gij hebt een last gelegd op onze lendenen; 68:12 Gij heb
j niet zien, en laat hunne lendenen altoos waggelen. 69:25 S tor t uwe ongenade over hen uit, en de gloed uws toorns grijpe h
n einde. 73:18 Want Gij plaatst hen op gladde steilten, en s tor t hen tegronde. 73:19 Hoe worden zij zo plotseling vernietig
naam lastert. 74:19 Wil toch aan het gedierte de ziel uwer tor telduif niet geven, en de schaar uwer ellendigen niet zo geh
88:11 Zult Gij dan aan doden wonderen doen, of zullen de ges tor venen opstaan en U loven? Sela. 88:12 Zal men in de graven u
Ik ben ellendig en machteloos, dat ik zo verstoten ben; ik tor s al uwe verschrikkingen en ben wanhopig. 88:17 Uwe gramscha
lendigen, die bedroefd is en zijne klacht voor den Heer uits tor t. 102:2 Heer, hoor mijn gebed, en laat mijn roepen tot U ko
en zijne wonderen in de zee; 107:25 toen Hij sprak en een s tor mwind verwekte, dat de baren zich verhieven, 107:26 en naar
uurt eeuwig; 136:15 die Farao en zijn heir in de Schelfzee s tor tte, want zijne goedheid duurt eeuwig; 136:16 die zijn volk
op hun hoofd vallen. 140:11 Hij zal kolen vuur over hen uits tor ten; Hij zal hen met vuur diep in de aarde slaan, dat zij ni
de aarde; een boos man des gewelds zal verjaagd en nederges tor t worden. 140:13 Want ik weet, dat de Heer de zaak des ellen
j mij geen schade doen: 141:6 Hunne rechters moeten nederges tor t worden over ene steenrots; dan zal men mijne leer horen, d
met mijne stem, ik smeek den Heer met mijne stem; 142:3 ìk s tor t mijne klacht voor Hem uit, ik maak Hem mijnen nood bekend.
arde; hij legt mij in het duister, gelijk de sedert lang ges tor venen. 143:4 En mijn geest in mij is beangst, mijn hart in m
en alle diepten; 148:8 vuur en hagel, sneeuw en damp; gij s tor mwinden, die zijn bevel uitvoert; 148:9 gij bergen en alle h
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/12 2Koningen.txt 5
ofeten riep tot Elisa, zeggende: Uw knecht, mijn man, is ges tor ven; ook weet gij, dat hij, uw knecht, den Heer vreesde; nu
rokken om Joram te bezoeken. 9:17 De wachter nu, die op den tor en te Jizreël stond, zag de bende van Jehu komen en sprak: I
zult gij hun slechts driemaal slaan. 13:20 Toen nu Elisa ges tor ven was en men hem begraven had, vielen in hetzelfde jaar de
ft zich uw hart: behoud dien roem en blijf te huis; waarom s tor t gij u in het ongeluk, dat gij valt en Juda met u? 14:11 Ma
lem uitgieten gelijk men een schotel uitgiet, en zal het oms tor ten. 21:14 En Ik zal de overigen van mijn erfdeel verstoten,
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/06 Jozua.txt 5
en dienaar van Mozes, zeggende: 1:2 Mijn knecht Mozes is ges tor ven, zo maak u nu op en trek over dezen Jordaan, gij en dit
het mannelijk geslacht, besneed: alle krijgslieden waren ges tor ven in de woestijn op den weg, toen zij uit Egypte trokken;
n groot krijgsgeschreeuw maken; dan zullen de stadsmuren ins tor ten, en het volk zal er invallen, een ieder recht voor zich
t, en het leger van Israël tot een ban stelt en in ongeluk s tor t. 6:19 Maar al het zilver en goud, met de koperen en ijzere
n brachten het tot Jozua en tot al de kinderen Israëls, en s tor tten het uit voor den Heer. 7:24 Toen nam Jozua, en geheel I
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/03 Leviticus.txt 12
gels den Heer een brandoffer brengen, zo brenge hij het van tor telduiven of van jonge duiven. 1:15 En de priester zal ze to
buiten het leger, aan ene reine plaats, waar men de as uits tor t, en hij zal het op het hout met vuur verbranden. 4:13 Wann
e hij den Heer voor zijne zonde, die hij gedaan heeft, twee tor telduiven of twee jonge duiven; de eerste tot een zondoffer,
zoenen, en zij zal hem vergeven worden. 5:11 Maar zijn twee tor telduiven of twee jonge duiven boven zijn vermogen, zo breng
en éénjarig lam tot een brandoffer en ene jonge duif of ene tor telduif tot een zondoffer brengen tot den priester, voor den
12:8 Maar is een lam boven haar vermogen, zo neme zij twee tor telduiven of twee jonge duiven, de ene tot een brandoffer, d
gemengd, en één log olie, tot een spijsoffer; 14:22 en twee tor telduiven of twee jonge duiven, die hij met zijne hand verdi
te verzoenen voor den Heer. 14:30 Daarna zal hij van de ene tor telduif of jonge duif, welke zijne hand heeft mogen verdiene
afgeschrapte leem buiten de stad aan ene onreine plaats uits tor ten, 14:42 en andere stenen nemen en ze in de plaats der eer
dan is hij rein. 15:14 En op den achtsten dag zal hij twee tor telduiven of twee jonge duiven nemen, en ze voor den Heer aa
al zij rein zijn. 15:29 En op den achtsten dag zal zij twee tor telduiven of twee jonge duiven nemen, en deze tot den priest
n de Heer sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aäron ges tor ven waren, toen zij voor den Heer offerden, en zeide: 16:2 Z
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/11 1Koningen.txt 1
en priemen naar hunne wijze, zodat het bloed over hen uitges tor t werd. 18:29 Toen nu de middag voorbij was, profeteerden zi
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/17 Esther.txt 2
elezene jonge dochter; en toen haar vader en hare moeder ges tor ven waren, had Mordechai haar tot zijne dochter aangenomen.
kon de koning niet slapen, en gebood de kronieken en de his tor iën te brengen. Toen die voor den koning gelezen werden, von
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/32 Jona.txt 1
u stil worden; want ik weet, dat om mijnentwil deze hevige s tor m u overkomt. 1:13 En de lieden roeiden om weder aan het lan
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/14 2Kronieken.txt 8
zal hun enige verlossing geven, opdat mijn toorn niet uitges tor t worde over Jeruzalem door Sisak; 12:8 doch zij zullen hem
Laat ons deze steden bouwen, en er muren omheen trekken, en tor ens, poorten en grendels [maken], terwijl het land nog het o
des konings en wie van den hogepriester bevel had, en zij s tor tten het geld uit de kist, en brachten die weder op hare pla
, want hij werd al sterker en sterker. 26:9 En Uzzía bouwde tor ens te Jeruzalem, aan de Hoekpoort en aan de Dalpoort en aan
5 En hij maakte te Jeruzalem kunstige werktuigen, die op de tor ens en hoeken zijn zouden, om te werpen met pijlen en grote
t gebergte van Juda, en in de wouden bouwde hij sterkten en tor ens. 27:5 En hij streed tegen den koning der kinderen Ammons
en bouwde al de muren, waar zij gescheurd waren, en maakte tor ens daarop, en bouwde daarbuiten nog een anderen muur, en ve
edragen, dat doen zij; 34:17 en zij hebben het geld samenges tor t, dat in het huis des Heren gevonden is, en hebben het gege
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/23 Jesaja.txt 15
bergen, en over alle verheven heuvelen; 2:15 over alle hoge tor ens, en over alle vaste muren; 2:16 over alle schepen van Ta
rd, en edele wijnstokken daarin geplant; hij bouwde ook een tor en in deszelfs midden, en groef ene wijnpers daarin, en verw
lijke ranken: Hij wachtte naar recht, maar zie, er is bloeds tor ting, naar gerechtigheid, maar zie, er is groot geschrei. 5:
ner paarden zijn als rotsen, en hunne wagenraderen als een s tor mwind; 5:29 zij brullen als leeuwen, en brullen als de jonge
nacht. 21:5 Ja, richt de tafel aan, laat waken op den wacht tor en; eet, drinkt; maakt u óp, gij vorsten, zalft het schild.
t. 21:8 En hij riep als een leeuw: Heer, ik sta op den wacht tor en gestadig bij dag, en zet mij op mijne hoede den gehelen n
zijn niet met het zwaard verslagen en niet in den strijd ges tor ven, 22:3 maar al uwe hoofdlieden zijn voor den boog weggewe
icht voor de bewoners der woestijn; zij hebben daarin vaste tor ens opgericht en paleizen opgebouwd, maar het is gesteld tot
Want de Heer heeft een geest van diepen slaap over u uitges tor t, en uwe ogen vast gesloten; uwe profeten en hoofden en de
eer hij begint uit te wijken, die schielijk, onvoorziens ins tor t; 30:14 gelijk een pot verbrijzeld wordt, dien men zonder v
aterstromen zijn, ten tijde der grote slachting, wanneer de tor ens vallen zullen. 30:26 En het licht der maan zal zijn als
en de stad, die vol gewoel was, zal eenzaam zijn; zodat de tor ens en vestingen eeuwige holen worden, voor het wild tot vre
e schrijvers, waar is de betaalmeester, waar is hij, die de tor ens telt? 33:19 Daarenboven zult gij dat sterke volk niet me
en ziet mij niet. Uwe wijsheid en kunst heeft u terneder ges tor t; gij spraakt in uw hart: Wat ik ben, dat is niemand meer.
em niets geacht. 53:4 Voorwaar, hij droeg onze ellenden, en tor ste onze smarten; maar wij hielden hem voor enen geplaagde,
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/20 Spreuken.txt 6
ne voeten lopen tot het kwaad, en haasten zich om bloed te s tor ten. 1:17 Want het is tevergeefs het net uit te spreiden voo
rt u tot mijne onderwijzing; zie, ik zal u mijnen geest uits tor ten, en u mijne woorden bekendmaken. 1:24 Dewijl ik dan roep
t komt, 1:27 als hetgeen gij vreest over u komt gelijk een s tor m, en uw ongeval als een onweder, als u angst en nood overko
te vrezen voor een schielijke verschrikking, noch voor den s tor m der goddelozen, als hij komt; 3:26 want de Heer is uw toev
geleiden, maar de boosheid zal de verachters in het onheil s tor ten. 11:4 Vermogen baat niet ten dage des toorns, maar gerec
ele zonden. 29:23 De hoovaardij des mensen zal hem terneders tor ten, maar de ootmoedige zal eer ontvangen. 29:24 Wie met een
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/15 Ezra.txt 1
voor het huis Gods, en sidderde om die zaak en vanwege den s tor tregen. 10:10 En Ezra, de priester, stond op en sprak tot he
nl/Christendom/De Bijbel (Lutherse vertaling)/Oude Testament/16 Nehemia.txt 7
gden ze en stelden hare deuren; en zij heiligden ze van den tor en Mea af tot aan den toren Hananeël. 3:2 En nevens hem bouw
euren; en zij heiligden ze van den toren Mea af tot aan den tor en Hananeël. 3:2 En nevens hem bouwden de mannen van Jericho
oon van Pahath-Moab, bouwden een ander stuk en den Bakovens- tor en. 3:12 Nevens hen bouwde Sallum, de zoon van Hallohes, ove
25 Palal, de zoon van Uzai, tegenover den hoek en den hogen tor en die van het huis des konings uitsteekt, bij den hof der g
el woonden, tot aan de Waterpoort tegen het Oosten, waar de tor en uitsteekt. 3:27 Daarna bouwden die van Tekóa een ander st
bouwden die van Tekóa een ander stuk, tegenover den groten tor en die daar uitsteekt, en tot aan den muur van Ofel. 3:28 Va
en de helft des volks, den muur opwaarts, naar den Bakovens- tor en toe, tot aan den breden muur; 12:39 en naar de poort Efra